dinsdag 4 maart 2025

AUTO VOORTAAN TE GAST









Toet. Pep. BrmBrmBrm HongeHongeHonge Toet.Pep BrmBrmBrm HongeHongeHonge ...

Om zeven uur vanochtend werd ik mijn bed uit-ge-toet en - ge-pept. Wat is er gaande, wat zijn ze vandaag aan het doen? Sneller dan snel laat ik het rolgordijn zakken en ik kijk door het keukenraam. Daar komt het weer dichterbij, het getoet en gepiep en het ge-brm en ge-hong. Een enorme blauwe vrachtwagen rijdt stapvoets voorop, een enorm gevaarte met een schraper onderop en een spuit voorop rijdt in hetzelfde tempo pal achter de vrachtwagen. Als de vrachtwagen Toet doet, rijden ze een paar meter, in elkaars kielzog. Dan staan ze weer even stil en hop, daar gaan ze weer en spuit de achterste afgeschraapt asfalt in de bak van de vrachtwagen. Kijk, zo doen ze het dus! Zo wordt voor mijn huis op de rijweg het asfalt verwijderd, zodat het straks sjiek bestraat kan worden.  

Ingenieus! Wat is dit toch mooi om te zien, deze slimme samenwerking en techniek. En hoeveel beter dan vroeger, toen dit soort klussen nog met de hand werd gedaan. Veel sneller en veel veiliger gaat het nu. Hoeveel zou zo'n asfalt-schraap-spuit kar wel niet kosten? Het oogt als een mini-fabriek, met alles erop en eraan. Wat zal het gaaf zijn om zo'n ding te besturen en ermee te werken! 

Bewonderend blijf ik kijken. Ik vind het onwijs mooi hoe prachtig methodisch mijn buurt wordt opgeknapt. Stap voor stap wordt dan hier weer een stuk weg verwijderd; dan wordt er afgegraven want dan komen er nieuwe riolering-pijpen in; of er wordt meteen zand gestort en dan komen de stratenmakers die dagenlang op hun knieën zitten te tikken en takken op die stenen en tegels. En mooi net op tijd klaar zijn voor het weekend: wat een vaklui!

We zijn nu in de fase dat de fietspaden voor mijn huis zijn verwijderd evenals de stoepen maar aan de overkant is al een nieuwe - ik denk tijdelijke - stoep gemaakt voor de schoolkinderen, zo doordacht want die kinderen moeten er toch ook gewoon door elke dag. Het parallel-weggetje - de ventweg -  en het fietspad grenzend aan mijn voortuin, zijn een paar weken geleden weggehaald en worden nu laag voor laag weer opgevuld, ik zie iets met leidingen en pijpen gebeuren, dat moet eerst. Als het een gebeurt, moet het ander wachten, uiteraard. En sinds gisteren is alles weer opgevuld met zand. 

Wat een scenario moet je hiervoor schrijven, zeg, voor het opknappen van het wegdek en de rioleringen! En dan straks alles mooi aftoppen met fris groen en bloeiend goed. 

Al eerder, in 2024, werden de zieltogende berkjes in mijn straat verwijderd door de gemeente. Die boompjes waren geen succes. Er waren er zelfs een paar geknakt, zo zwak waren ze en diegenen die groeiden, nou... die stonden er echt zielig bij. Miskoopjes van de afdeling Groen? De ooit zo mooie borders langs de straat - gevuld met verschillende bloeiers en struikjes - waren al een paar jaar verworden tot verwilderd gebied. Vol met metershoog onkruid. Bewust verwaarloosd, naar bleek, alles in afwachting van het huidige grote plan, begreep ik later van mijn buurtjes. Zo af en toe werd ik er mismoedig van als ik mijn straat in kwam: wat een verwaarloosde zooi was het aan het worden, blijkbaar hing onze buurt aan de achterste speen van de gemeente?? Zielige boompjes, verwilderde borders en een totaal versleten wegdek en losliggende tegels op de stoep en het fietspad. Armoedig! Stel dat ik nu mijn huis wil verkopen, dacht ik dan somber, nou, dit drukt de prijs hoor. Geen mens wil hier toch wonen aan zo'n rommelige weg in zo'n verwaarloosde buurt? 

Maar ineens waren daar brieven en kranten-artikelen en mails en appjes over het grote plan van aanpak voor onze buurt de Noorderham en de aanpalende buurt, de Zuiderham. Eerst, vanaf begin 2024, zou de autoweg met fietspaden in de Zuiderham opgeknapt worden, daarna waren wij aan de beurt. En zo geschiedde. De Zuiderham ziet er inmiddels een stuk fraaier uit met een strak wegdek, zonder stoeprandjes tussen autobaan en fietspad, veel slimmer. Voorzover ik zie, past men hier in De Zaanstreek net als in Amsterdam de Puccini methodiek toe. Ooit werkte ik voor de gemeente Amsterdam en had ik de eer de Puccini-man in te huren; hij was al met pensioen maar de gemeente kon hem nog niet missen. Bevlogen man, hoor. Hij droeg zijn kennis en ervaring over aan jongere medewerkers. Bij het aanstellingsgesprek kreeg ik en passant ook een mini college Puccini bestrating van hem, zo leuk. 

Wat ik zo mooi vind: je mag op sommige stukken in de buurt van winkels en scholen max 30, lekker langzaam en fietsen en kinderen gaan voor alles. Auto's zijn te gast op het fietspad, is de gedachtengang erachter. Jippie! De fietspaden nemen alle ruimte in beslag, voor de auto's is een smalle middenbaan gemaakt. En voor de scholen staan van die leuke gekleurde stalen palen met een grote rode hand erop, wat betekent, let op, hier lopen en fietsen schoolkinderen. Er staat  levensgroot 'SCHOOL' op de weg! Niet geverfd maar in-bestraat! Met ook nog eens een heel fraai lettertype, haast vintage. Love it! Super!  Zo gaat het dus ook voor mijn deur worden, want er is een school aan de overkant en links van het blok waarin ik woon. Geen jakkerende coureurs meer die nog in de snelweg-mood door mijn rustige straat scheuren - doodeng met die overstekende schoolkinderen (en katten, er zijn er heel wat platgereden de afgelopen jaren) -  maar 'houd je even in, ja, niet harder dan dertig': Zo moet het gaan worden. 

Okay, we zitten nu al wekenlang in het lawaai, dagelijks om zeven uur begint het circus voor de deur. En alles stuift van het zand. Afgelopen weekend mochten auto's blijkbaar over het weg-gejekkerde asfalt rijden, het leek wel zo'n woestijnrace: auto's in grote gele stofwolken scheurden voorbij. Het stof bedekte de planten in de voortuin en waaide mijn huis is. Ach, het is maar even zo, alles voor het goede doel. 

Ik ga ervan uit dat straks in mei alles klaar is in mijn straat; dat er dan boompjes geplant worden, nieuwe fraaie boompjes en dat de borders opnieuw worden gevuld met kleurige bloeiers. Juffertjes in het Groen hoop ik, net als een paar jaar geleden! Die zijn zo mooi en ze bloeien lekker lang. 

Wel moeten wij bewoners binnenkort onze voortuintjes ophogen, op gelijke level brengen met het vent-weggetje en het fietspad. Daar hebben we als buren in een gezamenlijk comité al overleg over en we delen de kosten en een van de buren is in gesprek met een aannemer. Goed voor de buurt-cohesie, dit. 

Nu nog een openingsfeestje op straat. Wie gaat het organiseren?? 

donderdag 23 januari 2025

VOORTTREKKEN VOOR TUIN NR. 89







Ik ben een volkstuin rijker. Nu nog een wat kaal en modderig stuk grond, of nou ja, stuk, stukje, 10 bij 10 meet mijn volkstuin, gelegen in een complex met zo'n 100 andere tuintjes. Aan de Westdijk in Krommeniedijk. In oktober vorig jaar gaf ik me op en dacht dat het wel een jaartje of wat zou duren voor ik aan beurt zou zijn. Maar in december kwam daar ineens een verheugend mailtje van de voorzitter van de vereniging: ik kon een tuin uit komen zoeken. En zo liep ik daar ineens, met mijn man, over de schelpenzandpaadjes achter de voorzitter aan die ons een drietal vrijgekomen tuintjes liet zien: kiest u er maar eentje uit, hoor. 

Het werd tuin nr. 89, ergens in het midden van het complex, gelegen aan een slootje dat helemaal dichtgegroeid bleek en snel 'uitgebaggerd' zou worden, zodat we er water uit kunnen gaan ophalen voor de tuin. Hoe mooi wil je het hebben? De vorige eigenaresse, een jonge vrouw, had de tuin al mooi aangelegd, met bakken in het midden waar nog een prachtige bos wortelen en een paar venkelknollen in stonden te pronken. Eind december droeg zij de tuin officieel aan ons over en kregen we het sleuteltje van de gereedschapskast. En daar ging ze, samen met ons, voor haar de laatste keer nog eens over het schelpenpaadje naar de uitgang. 

Al vanaf begin van het jaar is het erg slecht weer, helaas, geen weer voor de volkstuin in elk geval. We gaan er zo maar eens naar toe om weer even feeling te hebben met onze volkstuin. We, zijn mijn man en ik want ik tuinier er straks samen met hem en ben heel benieuwd naar hoe dat gaat. De tuin thuis is nu mijn ding en ik merk altijd dat ik daarin best een beetje bazig ben, liever alles zelf doe. Goed voor mijn samenwerkings-skills, samen tuinieren, vast wel. 

Eind december gooide ik mijn zaden-bestellijst - een enorme bestelling, echt te veel maar ik kon me niet inhouden - in bij ene Fred hier in de buurt. Fred, die zorgt voor de bestellingen van alle tuinders op het complex. Het duurt nog wel even voordat we de zaden bij hem kunnen ophalen, eind februari, zo lang kan ik niet wachten, hoor. Dus vorige week kocht ik kweekbakken voor thuis, en wat aarde en alvast wat extra zaadjes, zodat ik thuis al lekker wat kan gaan kweken, voortrekken schijn je dat te noemen in tuinderstaal. Als je thuis al hebt voorgekweekt in de winter en het vroege voorjaar, heb je in maart/april al plantjes die snel volgroeid zijn en bloeien en vrucht geven. Dus, er wordt al voorgetrokken in mijn kastenkamer waar het lekker licht en warm is. 

Ook kocht ik een PH-metertje, ik ga voordat ik echt aan de slag ga, de zuurgraad van de grond meten en afhankelijk van die zuurgraad, moet ik 'dingen' toevoegen aan de aarde. 

Maar het leukste is dat ik een tuinhuisje ga kopen en op laten bouwen op tuin nr. 89. Want er staat nu nog niks en tja, hoe moet dat straks, als ik daar uren vertoef en nodig moet plassen? Dan moet ik mij even terug kunnen trekken in mijn tuinhuisje, toch? Andere tuinders schijnen dat ook zo te doen, die hebben een plas-emmertje in hun huisje staan. Mijn tuinhuisje, ik zie al voor me hoe ik dat gezellig in ga richten, met een zithoekje en gordijntjes en een lampje en een mini-keukentje.

Op Instagram heb ik een account aangemaakt: @Ilsesgarden en al verdomd veel volgers erbij gekregen die ik terug volg. Ik zie nu al allerlei handige en inspirerende tips en filmpjes voorbij komen. Over hoe je kunt stekken en wanneer je moet snoeien en nog veel meer. Mensenlief, wat heb ik een zin om te beginnen, laat het voorjaar maar komen! 

vrijdag 8 maart 2024

HOE KNIP JIJ JE NAGELS?




Voor het gemak voeg ik even wat recente gesprekjes tussen mij en andere zestigers (waaronder ook mijn man) samen. Komt 'ie:

'Dus, als ik mijn sokken aan moet trekken, dan is het echt even zoeken geblazen. Hoe doe ik dat? Ik bedoel, vroeger deed ik dat gewoon staande, ene been omhoog, voet schuin omhoog, sok aan hup en dan andersom. Maar nu, ik ga er maar bij zitten, anders krijg ik ze niet meer aan. ' 'Nee, dan het knippen van mijn nagels. Hoe doe je dat als je er niet goed meer bij kunt?' Dat gaat niet meer!' 'Echt? Nou, naar de pedicure dan maar he?' Ik verzink in gepeins en zie de mensen voor mij die mij al veel eerder vroegen: 'Wat, ga jij nog niet naar de pe-di-cu-re??!!' 'Huh', dacht ik dan, 'waarom zou ik naar de pedicure gaan, er is toch niks aan de hand met mijn voeten ofzo?'  Nu snap ik die vraag beter, veel beter. En dan denk ik stilletjes terug aan de tijd dat ik - als ik mijn voeten even snel wilde wassen -  op een been ging staan, de andere omhoogtrok en mijn voet onder de kraan hield. Dat heb ik dus al heel lang niet meer gedaan. Nog zo'n vraag, een beetje besmuikt gesteld, door mijn man: 'Vertel eens, hoe kom jij je bed uit? Ook zo?' En hij doet het voor, waggelend als een eend, met stijve voeten en een stijve onderrug, zegt: 'Ik moet eerst een kwartier heet douchen, dan trekt het wel weer weg, dan kan ik wel weer normaal bewegen. Hebben jullie dat nou ook? Nee, nou ... wacht maar af!' 

Een ander zegt: 'En dat iemand aan je vraagt: werk jij nog? Hebben jullie die vraag ook al gehad?' 'Oooh ja, dus.' 'Uhm', zeg ik, 'en dan denk ik: waarom vraag je dat aan mij? Waarom zou ik niet werken? Klaarblijkelijk zie ik er uit als iemand die met pensioen zou moeten zijn?!. Mensenlief, denken mensen echt dat ik al met pensioen ben?!' Ja, concluderen we, dat denken mensen, dus. 'Maar hoe verwarrend, denk ik bij mezelf: want ik werk dus nog gewoon, ben volop in de running en collega's zeggen vaak genoeg dat ze helemaal niet merken dat ik al 'zo oud' ben. Ze schatten me jaren jonger, maar zeggen ze dat nu om mij te paaien?' 

Nog zo eentje, die is al wat langer gaande. Ik biecht op dat mensen voor me op staan in de metro of de trein. 'De eerste keer dat dat gebeurde, ik was 55 denk ik, op weg naar mijn werk, mooie kleertjes aan, fraaie winterjas met een kek mutsje op, coole schoenen aan de voetjes.' 'Mevrouw, gaat u maar zitten hoor', en de jonge vrouw stond netjes op en wees op haar leeggekomen plaats. Verbaasd keek ik om mij heen, tegen welke oude dame had zij het? Er stonden geen andere oudere vrouwen om mij heen: ze had het tegen mij! Ik stamelde: 'nou nee, dankjewel, ik sta hier goed hoor, ik moet er zo uit ook, dus blijf rustig zitten.' Maar eenmaal uitgestapt bekeek ik mezelf scherper dan scherp in de reflectie van het raam van de wegrijdende metro. Zie ik er echt uit als een oudere dame waarvoor je moet opstaan in de trein? of de metro? De hele dag was ik helemaal een beetje aangedaan. Vlak daarna besprak ik het met een vriendin, die is 3 jaar ouder dan ik en zij moest lachen. 'Ach ja, joh, dat doen ze voor mij ook al een hele tijd hoor, lekker van genieten, geen punt van maken.'

Tot zover de gesprekjes.

Wat een rare episode is dit toch, de periode van eind 50 tot ergens ... ja, misschien duurt dit nog wel heel lang. Ik en met mij de mijnen van mijn leeftijd, wij zijn  echt - zonder dat we er erg in hadden -  in Q4 van het leven beland. Zo fiets, ren en race je nog rond en zo .... Merk je dat je steeds minder makkelijk fysieke dingen kunt doen die je voorheen achteloos deed, zoals je sokken aandoen en je teennagels knippen. Fris uit bed stappen en soepel de dag beginnen. Zo denk je -  omdat je nog zo volop in de running bent - dat dat leventje eindeloos doorgaat, maar je eigen lijf en de mensen om je heen maken je het wel duidelijk: 'Dat stuk van je leven nadert het einde, oudje, als het al niet begonnen is. Tijd om te stoppen.' 

Eerlijk gezegd denk ik steeds vaker na over dat stoppen. Het voelt niet fijn. Ik merk zelfs dat het me schrik aanjaagt. Het voelt verdrietig zelfs. Want, wat komt er voor in de plaats? Weg zijn alle dagelijkse contacten, hoe zeer je je ook kunt ergeren aan sommige collega's, of aan het werk zelf, wat ga je dat missen. Wat moet ik met al die zeeen van tijd straks? Okay, ik heb genoeg te doen, dan ga ik eindelijk volop coachen - maar shit, is het nog wel haalbaar om nu nog een coach-praktijk te starten? - en ik fotografeer graag - eindelijk weer met mijn echte camera oefenen maar nu maak ik foto's van onderweg en straks is er veel minder onderweg - en ik wandel en reis graag - maar binnenkort mogen we niet eens meer met een huurauto rijden in het buitenland, dat kan tot je 65ste en mijn pootjes worden nu al merkbaar strammer - en ik speel gitaar, sax en zing in een bandje - kan dat nog wel, straks, als ik echt oog als een bejaarde, over de liefde zingen - en he, dan heb eindelijk tijd voor mijn familie en vrienden - ja, ook die worden ouder en ouder en ... 

Genoeg te doen, dus, maar toch, ik ben bang, ik vrees, nee, ik weet wel zeker, als je met pensioen bent en dat lijf wordt steeds maar strammer en stijver,  dan krijgen al die dingen een andere betekenis dan nu en misschien lukken sommige dingen niet meer ... 

Maar he! Ik knip mijn nagels nog als een jonge hinde, zelf, dus, ik zet mijn voetjes op de rand van het bad en knippen maar :-) Er is nog hoop!

zaterdag 2 maart 2024

TWEE ROLLATORS, EEN MAN, EEN VROUW






                                


Frisjes is het nog, buiten. Grote grijze wolken wisselen de witte wattenwolken af en samen zorgen ze dat het zonnetje net niet genoeg warmte kan afgeven. De wind is ook nog wel erg dunnetjes, zoals mijn schoonmoeder zaliger het zo mooi placht te zeggen. 

Maar he, de lente piept er doorheen, je ziet het aan de bloesem en je hoort het aan de vogeltjes.  Ik loop terug naar huis, ben net naar de Turkse kleermaker geweest die een aantal kledingstukken van mij inkortte. Met mijn 1.67 pas ik kleding vaak niet goed, het is te lang, zoals de twee jurken -  nu in mijn rugzakje - een voor de winter, een voor de zomer, een bordeauxrode en een okergele. Die zijn nu midi in plaats van bijna maxi.  En de donkerblauwe ribbroek met wijde pijpen sleept nu niet meer over de grond als ik 'm draag, maar eindigt netjes op de bovenkant van mijn schoenen. Ik ben er blij mee, in elk geval en loop genietend van die erdoorheen piepende lente over de Fortuinlaan. 

Vlak voor mij lopen twee ouderen naast elkaar, elk achter een rollator. Links een man, rechts een vrouw. Hun tempo is traag dus ik loop al snel pal achter ze, klaar om in te halen. Omdat ik zo dichtbij ze ben, vang ik hun gesprekje op. 'Nou', zegt de vrouw, 'hij heeft echt geen enkel benul meer van de tijd en van waar hij is. Dat is helemaal weg bij 'm. Het is goed dat er mensen om hem heen zijn die zo goed voor hem zorgen.' 'Ach', zegt de man, 'maar is hij er wel blij mee dat hij daar nu zit? In het verzorgingshuis?' 'Jawel', zegt de vrouw, 'hij is zo verschrikkelijk tevreden nu, hij is echt heel blij hoor.' 'Oh, gelukkig maar', antwoordt de man en ze zwijgen eventjes, zich concentrerend op hun rollators. Ik haal ze in, ga rechtsom langs de vrouw en ik herken haar. Ze woont in het hoekhuis vlakbij, als we hier oversteken, dan is ze thuis. Dat huis waarvan mijn man en ik een keertje tegen elkaar zeiden: 'Ach, echt zo'n oude mensen huis, he' want we zagen in de garage annex schuur, waar de deur omhooggeschoven was, de man des huizes die net iets pakte in die wel heel erg lege opgeruimde ruimte. 'Poeh', zeiden we daarna, 'voordat het bij ons zover is en onze schuur er zo uit ziet, nou, dat duurt nog wel eventjes. ' Onze schuur is een soort zwart gat namelijk, waar we van alles in donderen en het nooit meer terugvinden, behalve dan onze fietsen. Zo'n plek waarvan we al jaren zeggen: 'eigenlijk moeten we het hier eens opruimen en veel, heel veel weggooien. Eigenlijk.' Er komt een moment in elk mensen leven, of misschien na elk mensen leven, dat er opgeruimd en weggegooid moet worden. Maar bij ons is het nog niet zover, blijkbaar.

Later, als ik weer eens langs het huis liep, vielen me meer van die oude mensen dingen op, zoals dat er vaak van die kleine brandschone witte wasjes buiten hingen te wapperen aan de waslijnen in de achtertuin. Alles symmetrisch op gelijk afstand, opgehangen aan houten knijpertjes. Van die wasjes waarvan je je zo voor kunt stellen, dat je, als je oud bent en de hele dag thuis bent, blij bent dat je die kunt draaien. 'Gelukkig, het is maandag, ik heb weer wat te doen, even die drie witte overhemden en die witte hemden en witte sokken een sopje geven en dan lekker buiten laten drogen, aan de lijn. En het daarna heet strijken en keurig opruimen. Snuivend aan die heerlijk naar frisse buitenlucht ruikende schone spulletjes. Die wasjes dus maar ook dat nette getrimde grasveldje, waar de palen voor de waslijnen instaan, dat veldje dat vast nog wekelijks met de hand grasmaaier werd bijgehouden. Of die teak-hout-kleurige kozijnen, voorheen elk jaar gebeitst of gelakt, beneden dubbel- maar boven nog enkelglas ramen met valletjes ervoor. Van die dingen, dus. 

Ik loop door en hoor ik niet meer wat ze zeggen, de oude man en de oude vrouw, maar ben in gedachten nog bij ze. Ik stel me zo voor dat, als de vrouw er is, aan de man vraagt of hij even tijd heeft voor een kopje thee. 'Alles beter dan alleen in mijn huis rond te lopen', zal ze vast denken. Dat lege stille huis. Ik hoop van harte dat de man op haar uitnodiging ingaat en dat ze, als ze binnen zijn en hun jassen hebben opgehangen en de rollators in de gang hebben gestald, zij lekker de kachel wat hoger zet en naar de keuken gaat om een potje thee te zetten. De man die misschien wel ongemerkt plaats neemt op de stoel van haar man en om zich heen kijkt in de kamer, naar de foto's met de kinderen en kleinkinderen en wat schilderijen en de beeldjes op het dressoir. Dat ze het blaadje met kopjes op de eikenhouten koffietafel zet en inschenkt. Dat ook zij gaat zitten, in haar stoeltje voor het raam. En dat ze daarna samen een kopje thee drinken, of misschien wel twee kopjes thee, met een lekker koekje erbij. 

zaterdag 24 februari 2024

VAARWEL FLIPPIE











In de corona-tijd begon 't: de nek en de schouders lieten zich voelen. Stijfheid, pijntjes en ik wist precies hoe 't kwam: ik zat daar maar de hele dag thuis te werken, op zolder of in de keuken, achter mijn laptop. Met een gebogen nek en kromme schouders. Da's niet goed voor 'n mens. Ik schafte mij een Infraroodlamp aan, van Philips. Een vrij grote lamp op een wit standaard met een stevige, ronde voet. Een fijn ding en sindsdien lag ik elke avond voor het slapengaan heerlijk te genieten van de warmte van Flip, zo noem ik de lamp maar even. Hij ziet er ook uit als een Flip, een Flippie eerder. Het is net een robotje naast mijn bed, met een scheef gedraaid hoofdje, als 'n hondje dat je afwachtend aankijkt - zullen we een rondje lopen baasje, zoiets - klaar om mij te dienen. En als ik dan het klokje ronddraai, dan begint Flip enorm te blozen, zijn hoofd vuurrood en bloedheet en die warmte is zo helend! 

Ook als ik helemaal geen nek- en schouderpijn heb, laat ik mij door Flip verwennen. De warme stralen dringen diep door tot mijn gewrichten, en ja als 60-plusser heb ik best wel eens last van die gewrichten. Ook op andere plekken in het lijf, zoals bij mijn heupen. Dus Flip mag steeds meer beschijnen, mijn nek, schouders, onderrug en heupen. Wat 'n zaligheid! 

Doorgewarmd en ontspannen kruip ik na 2 x een kwartiertje InfraRood - eerst links, dan rechts - tegen mijn andere Flippie aan om lekker te gaan slapen. Totdat ... totdat Flip er ineens mee ophoudt! 'Huh, denk ik verward, wat doe ik niet goed? Zit de stekker er wel goed in? Check! Ja, die zit erin. Draai ik het klokje wel goed genoeg door? Check! Ja, die staat keurig op 1 rondje draaien. 'Uhm... maar, maar... de lamp gaat niet aan.' 'Ja', mompelt de man vanonder de dekens, 'ze raken na een jaar of drie, vier op, Ilse, dan moet je 'm laten vervangen.' 'Aha, ach, tjeetje, nou ... ' en toch wel een beetje misnoegd kruip ik tegen mijn flip van vlees en bloed aan. 

De dag erop besluit ik te checken op de website van Philips en eigenlijk  had ik 't toen al kunnen weten, heel inzichtgevend, die website bedoel ik. Er is voor mij als klant geen touw aan vast te knopen, ik bedoel, ik ben een leek die geen verstand heeft van alle (engelse) benamingen van alle producten van Philips. En ook niet weet onder welke Group ze vallen. Welke afdeling moet ik nu toch bellen? Of mailen misschien? Ik waag een gok en kies voor Belichting en vind informatie. Ik lees dat als de InfraRood lamp op is - ze raken dus na een jaar of wat op - je als klant kun regelen dat er een onderhoudsmonteur van Philips langs komt en dat die de lamp vervangt. Je mag het absoluut niet zelf doen, dat vervangen. Okay, helder, dus dat moet ik regelen. Omdat het al einde dag is en ik de dagen erna telefonisch niet goed bereikbaar ben want ik moet werken, mail ik. En er volgt antwoord, althans, ik word de dag erna meteen gebeld maar kan niet opnemen want zit op mijn werk in een gesprek. Als ik mijn mail check, zie ik dat ik antwoord heb van ene Chantal van Philips; die heeft mij tevergeefs gebeld, ik moet zelf maar terugbellen, maar niet naar deze afdeling maar naar een andere en daar krijg ik drie telefoonnummers voor aangeboden.

Ik bel op mijn vrije dag. Ga er even goed voor zitten. Bij telefoonnummer 1 blijkt dat ik die afdeling niet moet hebben. Ik krijg een ander telefoonnummer van de afdeling Medische Apparatuur, want daar zou deze lamp vast wel eens onder kunnen vallen. Dat nummer bel ik maar ook deze dame zegt dat ik een andere afdeling moet hebben, maar daar stink ik niet in. Ik houd haar aan de praat en kijk aan, dat vindt ze reuze gezellig. Ze vraagt me naar het type-nummer, ik noem 't op en 'oooh, ja, die lampen kent ze wel hoor. Die met zo'n stevige, ronde voet?'  'Ja!' Mijn hartje maakt 'n sprongetje, zij weet misschien toch wel hoe mij te helpen. Ik houd haar nog wat langer aan de praat. Met haar zachte g babbelt ze zo een kwartier vol over van alles en nog wat en beveelt mij aan om eens bij een aantal sauna's na te vragen door wie zij hun InfraRood lampen laten vervangen. Want, ' Philips doet dat al een hele tijd niet meer hoor, mevrouw, ik heb 't eens een keer aan een klant verteld dat er een monteur zou komen en dat geregeld, maar oh oh oh, ik kreeg me toch een potje op mijn donder. Nee, ga naar een sauna, naar welke gaat u meestal?'  En ik noem de namen van de sauna's waar ik graag kom en ja, zij gaat altijd naar Beerendonck en toen ze daar eens zat in de InfraRood, toen al vroeg zij zich af hoe ze daar de lampen vervangen, door wie en bla bla bla. Ik rond het gesprekje maar af, hoe gezellig ook en wens haar een fijne dag. Maar vraag nog wel of misschien iemand die informatie op de website kan weghalen, want: 'als het al heel lang niet meer wordt gedaan, dat vervangen, kun je het er toch maar beter afhalen? ' Ja, is ze helemaal met mij eens maar dat kan zij niet doen, hoor, dat moet ik maar aan iemand van Philips doorgeven. 

'Nou', denk ik vervolgens: 'eerst maar een kopje koffie, hoor. Tjemig de Pemig! Begrijp ik nu goed dat de informatie op de website verouderd is maar dat ik - klant -  'iemand' in de organisatie van Philips moet gaan bellen om te zeggen dat ze die info er af moeten halen? En, dat ik naar de sauna moet gaan - of een sauna moet bellen ofzo - en daar aan de balie of bij de technische dienst wellicht, moet vragen door wie zij hun InfraRood lampen laten vervangen en dat ik dat bedrijf dan moet bellen in de hoop dat zij mij, commercieel oninteressant klantje, gaan helpen door naar mijn huis te komen om 1 lampje te vervangen? ' 

Als ik mijn koffie op heb, haal ik de mail van Chantal naar boven en ik schrijf een heel lang uitgebreid relaas terug. Een Kafkaesk relaas wordt het. Okay, ik heb er geen nieuwe InfraRood lamp mee, maar zo schrijf ik wel lekker even mijn frustratie en verdriet van me af. Verdriet, jazeker, want daar staat Flippie dan, zijn leven zit erop en ik kan 'm niet helpen, of laten helpen door zijn Makers. Want die hebben ergens in een hoog torentje in het Zuiden van het land besloten dat deze InfraRood lampen, deze Flippies niet meer lucratief zijn dus dat daar geen vervangende lampen meer worden ingezet, misschien zijn die inzet-lampen er ook helemaal niet meer. Of is die hele lamp allang uit de handel maar is ' iemand' vergeten dat er nog ' ergens' op die website iets staat over vervanging en hoe dat te regelen. Of is er bezuinigd op de onderhoudsafdeling? Ik wacht nog enkele dagen tevergeefs op respons. Case closed voor Philips, blijkbaar. 

Flip, Flippie, sorry jongen, er zit niks anders op dan je maar bij het grofvuil te zetten. Adieu vriendje. Vaarwel. Dank voor alle warmte die je mij hebt gegeven. 






zondag 19 november 2023

SCHULDGEVOEL








Ze gaat zitten, een beetje ongemakkelijk, alsof ze pijn heeft. Op het gele franse terrasstoeltje, dat stoeltje dat daar een beetje plompverloren rechts van de deur van de broodjeszaak aan het pleintje staat, het is slecht weer tenslotte dus waarom staan er stoeltjes buiten. 

Ze gaat zitten, omstandig zou je kunnen zeggen en het klinkt alsof ik het over een oudere dame heb, maar niets is minder waar. Ze is jong, nog geen dertig en mooi, met zo'n lelieblanke huid en wit lang haar dat een beetje rommelig in een staartje is gebonden. Ze draagt mooie kleding, in een kleur die goed bij haar blanke huid en witte haar past. Nude, oudroze, dat soort tinten. Als ze zit pakt ze haar phone en toetst een nummer in. Pas nu zie ik - tot mijn schrik - twee grote paars-blauwe plekken op haar linkerwang. Alsof ze met een puntschoen in haar gezicht is geschopt. Het zou toch niet ... denk ik ... ik weet niet goed wat ik ervan moet denken. Die mooie jonge vrouw; ik zie nu ook pas dat ze van enorm streek is. Aan haar gezicht en aan haar trillende handen en aan hoe moeizaam ze zojuist ging zitten zie ik het het. Niet alleen van streek, er is fysiek ook iets ergs met haar gebeurd. 

Omdat ik haast heb, loop ik snel door naar de supermarkt en laat haar achter me. Na slechts enkele minuten verlaat ik de supermarkt alweer, een halfje stokbrood belegd met kaas rijker: mijn lunch. Ik wandel terug over het pleintje en zie haar nog steeds zitten. Haar tas tegen zich aangedrukt, ze staat net op nu en loopt een paar passen naar links, drukt de telefoon aan haar oor. Ik hoor haar niet praten, zo zachtjes praat ze maar terwijl ze praat zie ik aan haar dat ze een soort van innerlijk instort. Angst! Dat is wat ik zie aan haar gezicht en aan haar houding. Haar gezicht trilt nu ook en ze huilt. Ze lijkt bevangen door enorme wanhoop. Alsof ze doods- en doodsbang is en waarschijnlijk wordt dat veroorzaakt door degene waarmee ze praat. Of over datgene waarover ze praat. Of allebei. 

Dit voelt niet goed! Ze heeft hulp nodig, ik voel het aan mijn water. Ik zie het aan alles aan deze jonge vrouw, waarvan ik inmiddels vermoed dat ze zojuist mishandeld is, want hoe komt ze anders aan de grote blauwe plekken op haar wang en waarom beweegt ze zo moeizaam?! Misschien is ze net wel uit de auto is gegooid hier vlakbij, bij de taxi-standplaats onder het viaduct... Mijn hersenen maken toeren, het conflicteert in mijn hoofd, ik wil haar helpen, maar hoe? Wat moet ik doen?! Ik ga langzamer lopen en kijk haar indringend aan, probeer oogcontact te maken. Maar ze merkt me echt helemaal niet op, loopt nog steeds trillend en huilend rond met de telefoon tegen haar oor gedrukt. Wat ziet ze er eenzaam uit, hier, zo tussen al die passerende mensen, op weg naar eettentjes, naar het metrostation, naar kantoor, naar van alles en nog wat, en niemand die aandacht aan haar besteedt! 

Mijn tactiek werkt niet, ik krijg geen oogcontact met haar. Ze ziet me niet of ze wil me niet zien. En ik loop door, net als al die anderen. Al snel ben ik bij de entree van mijn kantoor. Stap naar binnen, ga de poortjes door, met de lift naar boven, pak een bordje en bestek uit de keukenkast en schuif weer aan aan mijn bureau, zie dat ik zo een overleg heb, dus neem snel een paar happen van mijn stokbroodje kaas. 

Weg is ze alweer uit mijn gedachten.

Pas 's avonds als ik in alle rust mijn boek lees zie ik haar weer voor me en voel ik me schuldig, bespreek het met mijn man. Wat had ik kunnen doen? Ja, wat had je kunnen doen, zegt hij; vermoedelijk niks want ze wilde geen contact met de mensen om haar heen maken. Maar dat er iets goed mis was, dat heb je vast goed aangevoeld. Tja, zucht ik en begin aan het volgende hoofdstuk van mijn boek. 

vrijdag 21 juli 2023

Richard_123 Ronald_456 Carl_789 Ching_10





Toen ik geslaagd was voor mijn opleiding tot wandelcoach maakte ik heel enthousiast een Instagram-account voor dit stukje vakgebied van mezelf. Ilse Al Wandelcoach heet het.  Er staan veel mooie fotootjes op voornamelijk van alle wandelingen die ik maak. Met mijn man. Bossen, meertjes, huisjes, koeien, schapen, selfies als we even uitrusten. Heel sexy. Heeeeeel sexy. Dat moet haast wel, want elke dag biedt zich minstens een leuke mijnheer aan om te contacten. Richard_123 of Ronald-456 of Carl-789. Bijzondere namen van bijzondere mannen. Want, Richard is chirurg, Ronald sergeant en Carl is businessman. En alledrie bijzonder goed in shape, knap ook wel, en ooooh, so sweet, alledrie hebben ze - ook toevallig - een paar kleine kindertjes maar ach, geen moeder op de fotootjes? Zijn Richard, Ronald en Carl weduwnaar? Gescheiden en hebben zij de voogdij? Zou dat het zijn? 

Nieuwsgierig als ik ben ga ik met Richard, Ronald en Carl het gesprek aan. Via de chat van Instagram. Zo leuk, want zodra ik contact met ze had gemaakt, ze terug was gaan volgen zeg maar, kreeg ik van alledrie meteen een chatberichtje. Heel lief. Dat ik er zo goed uit zie, zo'n mooie glimlach heb. Alledrie willen ze ook meteen verder contact met mij leggen. 'Wauw', denk ik, 'wat een eer. Een chirurg, een sergeant en een rijke zakenman!' Kun je je dat voorstellen? Hoe dat voelt, bedoel ik? Een vrouw van bijna 62 jaar, he, richting pensioen, dat ben ik, ja toch? En dan drie van die leuke mooie rijke succesvolle mannen in de bloei van hun leven?! Studs!! Die met mij willen kletsen, online. Wat fijn dat mijn man altijd van die mooie portretfoto's van me maakt', denk ik dan maar. 

Ik klik alledrie de chatboxjes in Instagram open. Ja, ze reageren! Al snel zit ik druk te typen. Het valt nog niet mee hoor, met drie mannen tegelijk chatten. Driedubbele digitale chat-sandwich, zo voelt dat, maar het gaat me best redelijk af. Ook het chatten in het engels gaat best nog heel goed. Ja, ik ben trots op mezelf. En wat is het leuk, ook, met deze mannen chatten. 'Wat een eer, dat ze met mij willen praten', denk ik terwijl ik glunderend koffie voor mezelf inschenk. Richard en Ronald moeten na een kwartiertje stoppen, 'sorry honey', zegt Richard, 'ik moet aan het werk, een jongetje opereren.' Ronald heeft een oefening met zijn manschappen, appt hij. Carl heeft nog wel tien minuutjes, zegt hij. 'Of ik nog meer mooie foto's van mezelf heb?' 'Natuurlijk', antwoord ik en app een paar foto's van mezelf in negligé en in mijn bikini. Heel grappig, die foto's, die heeft mijn man kortgeleden gemaakt voor zijn fotoclubje. 

Daarna sluit ook Carl af, hij moet naar Dubai, vanmiddag vergadert de board, appt hij. 'Bye darling', appt hij. Lief he? Ik sluit af met een kusjes-emoji. 

Helemaal gelukkig loop ik vandaag rond, ik kan er niks aan doen. Mijn man ziet het meteen als hij thuiskomt van zijn werk. 'Je straalt, wijfie, wat zie je er goed uit!' Een beetje geheimzinnig lachend zet ik zijn bordje eten op tafel. 'Eet smakelijk schatje, ik heb zelf al gegeten' en ik pak mijn telefoon. Yes! Ik heb weer een nieuwe volger op mijn Ilse Al Wandelcoach-account. Oooh, wat bijzonder!! Een Aziaat dit keer, een Kung-Fu meester, Ching_10, met ontbloot bovenlichaam!! Wat sexy!! Terwijl mijn man van zijn gehaktballetje peuzelt, klik ik snel en onopvallend 'volgen' aan. Ik volg Ching nog niet terug of ik heb al een appje van hem. Die bewaar ik tot vanavond, als mijn man slaapt. 

Wordt vervolgd. Spannend, he?

zaterdag 29 april 2023

MIJN EIGEN BDE







Eigenlijk zou de heer Bommel om twee uur beginnen, maar de deuren staan nog steeds open, er komen nog steeds bezoekers binnen. Alle stoelen zijn inmiddels bezet dus de laatst binnen gekomenen klimmen met enige moeite op de bankjes aan de zijkant, die je dus alleen via een vrij steil trappetjes kunt bereiken. We zijn blij dat we vroeg de zaal betraden, geheel tegen onze gewoonte in waren wij er al om kwart voor twee. We zitten goed, bijna achterin tegen de border van de zijbankjes boven ons, dat wel, maar met goed uitzicht op het spreekgestoelte waar de heer Bommel straks gaat vertellen over de door hem onderzochte bijna-dood-ervaringen. 

Dan, eindelijk, kwart over twee, gaan de deuren links en rechts van het spreekgestoelte dicht en betreedt de heer Bommel de kansel. Nerveus helpt de gastvrouw van de Vermaning - tegenwoordig geen kerk meer maar een cultureel centrum - hem met zijn microfoontje, zo'n microfoontje dat Madonna ook draagt als zij dansend het podium over gaat, onderwijl zingend. De heer Bommel doet dat zeker niet, nee, statig neemt hij plaats achter de kansel, buigt zich een stukje voorover, schuift wat met zijn papieren en activeert, naar ik vermoed het apparaatje waarmee hij zodadelijk de powerpoint bedient. Dan kucht hij en begint zijn verhaal. 

Het verhaal gaat over de ervaringen die hij in zijn werkzame jaren als cardioloog opdeed, over de bijna dood-ervaringen van zijn patiënten althans, verhalen die bijna allemaal identiek waren. Hij vond dat opmerkelijk en ging er onderzoek naar doen, niet alleen in Nederland, maar hij betrok er ook onderzoekers uit onder andere Duitsland en Engeland bij. Overal die haast identieke verhalen over uittredingen, de lichttunnel, ontmoetingen met overleden naasten, het zichzelf zien van bovenaf, zien maar ook horen wat er gebeurt, welke hulp er wordt verleend - levensreddende hulp waardoor mensen weer terugkomen in hun lichaam. Ervaringen dus van mensen die, terwijl zij een tijdje dood waren geweest, hun hart het niet meer deed en hun hersenen na een x-aantal seconden ook niet meer, toch een actief bewustzijn hadden. Terwijl ze zich logischerwijs nergens meer van bewust zouden moeten zijn. Deze mensen konden het wel navertellen omdat ze weer terugkeerden in hun lichaam na succesvolle reanimatie. 

Ergo, vat de heer Bommel het samen: als je net dood bent, je hart gestopt is met kloppen en je hersenactiviteit vlak daarna ook stopt, gaat het bewustzijn nog vrolijk door, echter, in een vorm, op een manier die lastig te verklaren is. Niet wetenschappelijk is te onderbouwen.

Best wel eng, eigenlijk, vinden wij levendigen die liefst niks met de dood de maken hebben. Maar daar denken de mensen na een bijna-dood-ervaring anders over, vertelt de heer Bommel. Ze zijn niet bang voor het dood-gaan, het is volgens hen heel vredig en mooi. Het publiek is muisstil, behoudens de eeuwige kuchende bezoekers, die maar niet ophouden met hoesten. Ikzelf zit er wat suffig naar te luisteren, niet dat het me niet interesseert, ik heb mezelf niet voor niks aangemeld voor deze lezing tenslotte en mijn man meegetroond, ook hij is zeer geïnteresseerd trouwens. Maar ik ben gewoon suffig vandaag, had 's ochtends hoofdpijn en na een aspirine en koffie ging het wel wat beter, maar nu ik hier zo zit, in die volle zaal, kan ik zo wel slapen. Vermoedelijk had ik vandaag beter rustig aan kunnen doen, mijn week was best druk en enerverend met een nieuwe baan en een optreden met een bandje. 'Ik ben ook geen achttien meer', denk ik, terwijl mijn oogjes af en toe echt bijna dicht vallen. 'Weet je wat ik moet doen, ik moet even een snoepje nemen ofzo of een kauwgommetje. Dat helpt mij altijd goed als ik een middag dip heb: even ergens op kauwen, een suiker shot-je, dat gaat vast helpen. Wacht, in mijn jaszak, daar zit volgens mij een pepermuntje in, met zo'n verpakking eromheen, die heb ik vast eens meegenomen bij De Chinees ofzo, daar krijg je altijd van die pepermuntjes mee.' Ik frommel in mijn jaszak en ja, hij zit er echt nog. Heel stilletjes haal ik het eruit en omzichtig trek ik aan de verpakking. Ik wil beslist geen krakerige geluidjes maken, zo storend, er zitten al genoeg mensen vervelend te hoesten, ik wil niet zo'n irritant mens zijn, ik doe heeeeeeeel stilletjes. En ja, het papiertje raakt los en ik peuter het pepermuntje eruit. 'Oei, dit moet wel een heel oud pepermuntje zijn, hij begint al een beetje broos te worden', denk ik en ik steek 'm in mijn mond. Doe een klein 'bijtje' en dan: GATVEEEEEERRRR!!!! Wat is dit!!!!???? Dit smaakt naar pure chemie!!! Wat is dit!!!??? Direct haal ik het witte ding uit mijn mond, het is helemaal geen pepermuntje het is .... het is ... een schoonmaaktablet voor de vaatwasser of voor de wasmachine!! AAAAARRRRGGG!! Ik heb puur vergif in mijn mond!!! 

Mijn hart bonst als een gek, ik voel pure angst want het chemische goedje verspreidt zich inmiddels door mijn lichaam. Ik voel het centimeter na centimeter lager gaan en dan .... dan ineens hang ik ergens boven de bezoekers en ik stijg hoger en hoger tot aan het plafond van het zaaltje, dat heel hoog is want het is dus eigenlijk een kerk, ik hang zo zes meter boven mezelf. Zooooo, dat voelt lekker, zo hoog te zweven, boven al die mensen en kijk, daar zie ik de heer Bommel staan praten, wat praat die man toch deftig. Geen wonder dat iedereen die man gelooft, zo'n deftig heerschap, zo'n geleerde professor. Iedereen hangt aan zijn lippen dus niemand ziet mij hier zweven. Ik zweef naar de achterkant, daar waar de geluidsman zit, achter het mengpaneel. Ik zak tot vlak boven het paneel en trek de stoute schoenen aan, 'ja, laat mij maar schuiven, haha', denk ik en ik schuif het volumeknopje naar beneden en JIHOEOE! het werkt! De heer Bommel praat in het luchtledige. Geergerd draait hij aan zijn microfoontje en hij merkt dat dat niet werkt. 'Zeg, doet hij het eigenlijk nog wel', zegt hij geagiteerd. Direct stormen de geluidsman en de gastvrouw op hem af om hem te helpen. Maar wat ze ook doen, het helpt geen zier. Hoe kan het ook anders, want ik heb inmiddels het hele geluidspaneel uitgezet, hihihi. Ach, kijk aan, ze geven hem nu zo'n ouderwetse microfoon, ongemakkelijk houdt de heer Bommel 'm vast en zegt: 'TJOEH TJOEH, doet 'ie het?' 'Nou, vooruit', denk ik en ik zet het paneel weer aan en schuif de juiste schuif tot het juiste volume. Wat ik zeg: laat mij maar schuiven. 

Dan zweef ik weer terug naar vlak boven mezelf en ik zie dat ik scheef tegen het houten schot hang, dat schot dat feitelijk de border vormt van de zitplaatsen aan de zijkant. Steeds meer naar voren zak ik en nu pas heeft mijn man in de gaten dat ik aan het voorover vallen ben. 'Ilse', sist hij, 'Ilse, ga even recht op zitten. Zit je nu te slapen?!' Ik geef geen kik, ja, hierboven wel, ik fluister dat ik hier ben, maar daar beneden, op mijn stoel hangend, daar blijft het stil. Ik val nu helemaal voorover, op de grond. Een doffe plof. Mijn man staat op, gaat dan op zijn knieën naast mij zitten en de man voor mij schuift zijn stoel naar voren en staat ook op. 'IS ER EEN DOKTER IN DE ZAAL', roept mijn man. 'Wat een domme vraag', denk ik, 'beste man, wat denk je wat daar achter het spreekgestoelte staat! De heer Bommel, als hij geen dokter is - gewezen cardioloog - dan eet ik hier ter plekke mijn hoed op, nou ja, bij wijze van spreken dan.' Maar de heer Bommel geeft geen pukkel, met zijn geaffecteerde spraakje gaat hij gewoon door met die lezing van hem. Mijn man ondertussen vindt het papiertje van het chemische tabletje naast mij en ik zie dat hij ziet wat ik heb gedaan: ik heb mezelf vergiftigd met die troep en lig nu dood op de vloer, feitelijk, eigenlijk. Hij voelt mijn pols, mijn hals en tilt mij dan op, gaat zitten en legt mij - als was ik een klein kind dat billenkoek verdient - over zijn schoot en begint keihard op mijn rug te slaan. Ik ben vol bewondering voor zijn aanpak, hang daar zes meter boven hem nu weer, te kijken naar wat hij doet. 'Ze moet overgeven', roept hij, 'die troep moet eruit!' 'Nee, eerst moet je haar reanimeren', zegt de man voor mij, 'en daarna - als haar hart weer begint met kloppen - dan zet je haar op die stoel en houdt je haar hoofd iets naar achteren. Steek je vinger in haar keel!!' Mijn man legt me nu op de vloer, op de houten plankenvloer. Ik zie de mensen om hem heen nu naar hem en naar mij kijken en ik merk dat de heer Bommel gestopt is met zijn lezing. Alle aandacht is nu gericht op .... op mij! Mijn man reanimeert mij volledig gefocust 1 2 3 lucht 1 2 3 lucht... Vol liefde kijk ik naar hoe hij dat allemaal doet. Met mij. Voor mij. En dan ineens ... 

Dan ben ik weer terug. In mijn lichaam en ik zit al op de stoel en mijn man houdt mijn hoofd iets naar achteren, steekt zijn vinger in mijn keel en GATVERRRR ... ik moet kotsen en ik braak in een grote golf en dan nog een en nog eentje toe, ik braak al dat chemische goedje vermengd met maagzuur eruit. Zo op de planken vloer van De Vermaning.

'Ach, wat jammer nu toch', denk ik als ik langzaam weer bij mijn positieven kom. 'Ik ben weer terug. Wat enorm saai, hier, boven was het veel leuker, zweven was ook veel leuker dan hier weer met mijn volle 80 kilo op zo'n houten brits te moeten zitten.' Mijn man onderwijl staat met het zweet op zijn gezicht naar mij te kijken en de tranen rollen over zijn gezicht. 'Ilse, vrouwtje toch, je bent er weer! Ik dacht dat ik je kwijt was.' And so on and so on. 

'Laten we maar gaan', zeg ik, 'ik was een beetje te moe, denk ik, het is wel even mooi geweest voor vandaag.' En mijn man geeft me een arm en samen lopen we het zaaltje uit, door de linkerdeur weer naar buiten. De heer Bommel schraapt zijn keel, hoor ik nog net en hervat zijn lezing alsof er niks gebeurd is. 

donderdag 27 april 2023

WAARSCHUWING VOORAF





Ergens halverwege de nacht, word ik wakker uit een diepe droom. Laagje voor laagje pel ik de slaap af, van diep, naar minder diep, naar licht naar ... wakker. Suffig, de droom nog nazingend in mijn hoofd, lig ik daar en vraag me af hoe het komt dat ik zomaar wakker werd. Net als ik mezelf weer om wil draaien hoor ik het: 'PIEP!' 'Huh, wat is dat?' Stil en gefocust lig ik daar, en ik luister. En ja, daar is het weer: 'PIEP!' Ik kan het geluid niet thuisbrengen, het klinkt als ... het klinkt alsof iemand met zijn rubberzolen over het zeil loopt. Zo'n akelige piep, je weet wel, als het jezelf overkomt als je zo'n geluid veroorzaakt, schrik je er zelf van en speak for myself, ik voel me dan altijd een beetje opgelaten, alsof ik onverhoeds en plein public, een dikke wind heb gelaten. Iedereen kijkt ineens naar je en bedenkt of en hoe te reageren.

Van suffigheid is inmiddels geen sprake meer. De pieps hebben zich herhaald, ik verlaat mijn warme bedje en ga op onderzoek uit. Spits mijn oren. Waar oh waar komt dit gekke geluid toch vandaan? Van boven! Van zolder! In het stikdonker beklim ik de trap en boven gekomen doe ik toch het licht maar aan. Schuifel rond. Het geluid komt uit... komt uit de kast waarin de wasmachine staat, waarin de ketel hangt en waar heel veel troepjes achteloos zijn gedeponeerd. Ik open de kastdeur en ja hoor: 'PIEP!!!' Zo, wat hard, wat een rotgeluid. Speurend kijk ik rond in de kast, maar kan niet bedenken wat de veroorzaker is. Ik sluip de trap weer af, kruip naast de man die ondanks mijn pasjes op kousenvoeten toch wakker is geworden en ik zeg: 'er klinkt steeds een keiharde piep op zolder, in de kast!' 'Oh', zegt de man, 'dat moet de rookmelder zijn. De batterij raakt zeker op.' 'Oh, dus ik hoef me geen zorgen te maken? Moeten we niks doen, nu?' 'Nee, ga maar weer slapen.' En ik prop een paar oordopjes in, kruip wat dieper onder de dekens en val weer in slaap. 

's Ochtends is het geluid er nog steeds maar we doen er niks mee. Ik zou niet weten wat ik ermee moet, trouwens, hoe krijg je zo'n ding stil? De man is al voor dag en dauw naar zijn werk vertrokken. Ik ga tegen acht uur de deur uit en laat een huis achter waarin elke halve minuut ongeveer 'PIEP' klinkt. 

 's Avonds, bij thuiskomst is het ding stilgevallen, dus wij gaan ervan uit dat de batterij nu helemaal leeg is. Jammergenoeg, dat blijkt verkeerd gedacht. Die nacht, om twee uur, schrik ik wederom wakker uit mijn slaap vanwege de terugkerende piep vanuit de kast op zolder. We slapen er maar doorheen. 's Ochtends vroeg haalt de man de rookmelder los en legt 'm op mijn bureau. Ik werk die dag thuis en ben blij dat ik niet die irritante piep hoef te ondergaan. 'Van de week maar een nieuwe batterij kopen voor de rookmelder, want ik heb toch liever wel dat hij 't doet', denk ik. 

So far, so good. 

Diezelfde dag, eind van de middag, het is rond vijf uur, ga ik koken. De man sport tegenwoordig tot half zes, komt dan heel hongerig thuis, dus ik wil 'm dan graag een lekker hapje voorschotelen. De liefde van de man gaat door de maag, nietwaar? Kwart over vijf: De rijst is bijna klaar, de Griekse salade is helemaal klaar, ik hoef alleen nog maar de vega-gehakt-balletjes te braden. Ik doe wat olijfolie in de wok, snijd wat ui en knoflook - de basis van veel gerechtjes in huize Al - Den Daas - en dood de tijd - de olie moet nog opwarmen - door even op mijn phone te kijken. Haaaa! Wat leuk, lieve appjes van mijn nieuwe collega's. Ze wensen elkaar een gezellige Koningsdag en een mooi weekend toe dus ik app enthousiast mijn wens terug. Typerdetyp klaar. Dan draai ik me om richting keuken en dan ... WAAAAH!! Grote schrik!! Een vuurzee in mijn keuken!! Nou jou, vuurzee, maar een grote brand woedt er vanuit mijn wok. 'Wauw, wat eng. Fik! Wat moet ik nu doen??!!' Ik overdenk in enkele seconden wat nu te doen, wat vooral niet te doen. Geen water op gooien, dat weet ik wel want dan vliegt de hele boel helemaal vet in de hens. Moet ik er dan een doek overheen gooien?? Nee, eerst de bron van het kwaad aanpakken: ik zet de kookplaat uit. Hup, op nul. Best wel even eng, want ik kom met mijn hand dicht bij het hete vuur, maar... het lukt. Ik doe een stap terug en kijk of het helpt. Even word ik wanhopig, want het blijft maar fikken maar dan daalt het vuur, het komt nu alleen nog tot net boven de rand van de wok en poeh ineens zakt het helemaal weg en... is het over. 

Maar dan begint het: ROOK!!  het hele huis staat vol met rook. En... er hangen nog twee rookmelders in huis die plotseling beginnen te bleren als een gek, dwars door elkaar heen: 'PIEPpiepPIEPpiePiePiePIEP!' Snetvergeme, wat een tering herrie in mijn huis. Ik doe eerst wel even alle ramen en deuren open en kijk hoe de rookwolken mijn tuin in waaien. Een soort mistbank dwarrelt er nu door de achtertuin. Onderwijl komt er een mega-herrie uit mijn huis: twee elkaar overstemmende rookmelders, mind you! Die dingen moeten uit, maarrrr.. HOE?? Ze hangen aan het plafond, 2.30 hoog ofzo, ik ben 1.67. Ik bel de man. Hij heeft die rookmelders gekocht en bevestigd tenslotte en knows how to handle. Hoop ik! Ondertussen blijven die rookmelders maar gierende geluiden maken. 

De man neemt op, gelukkig, ik hoor hem draven op de hardloopband maar hij is wel genegen zijn meisje even te spreken. Hijgend en puffend, dat wel. Ik vertel - en ik hoor ineens hoe trillerig mijn stem klinkt - dat er verdomme brand in de keuken was net en dat dat gedoofd is maar dat die rookmelders maar niet ophouden met loeien. Hoe krijg ik die uit??? 'Ja, je moet ze maar even losdraaien!' 'Maar ik kan er niet bij', zeg ik even later als ik wiebelig op de keukenstoel sta. 'Nee, je moet het trapje pakken, uit de schuur!' 'Uit de schuur??!! OMG, dat zwarte gat, vol rotzooi, fietsen die in elkaar haken etc. etc. Moet ik daar met stress in my body een trappetje in zien te vinden?' De man zet onderwijl zijn loopband maar uit en begeleidt mij op afstand door de schuur. 'Ja, bij de deur rechts, nee, niet links, maar rechts, daar hangt het trappetje.' Ik vind het ding, trek 'm los, trek me niks aan van omvallende fietsen en zo en klap het trappetje in de gang open, klim er op en sla zo'n beetje die rookmelder los van het plafond. 'PIEP PIEP PIEP ... klap, pets ... rommeldebommeldekinkel', daar gaat ie. Een nietszeggend stukje plastic is het nu, met een batterijtje aan een draadje, een soort misgeboorte van plastic ligt daar op de grond. 

Ik klap het trappetje weer dicht. De rookmelder boven op de overloop is vanzelf al gestopt, die zag wat er met zijn kornuit in de gang gebeurde natuurlijk, en stopte schielijk met piepen. 

'Het is gelukt, ze zijn stil nu. Ik ga maar weer verder met koken, liefje. Die wok kan wel de kliko in btw, maar er zijn nog genoeg andere pannen in the house.' 'Ik kom er wel aan, nu', zegt de man, 'ik ben wel uitgesport.' En we hangen op.

Als we om een uurtje of zes - ik nog post-traumatisch bleekjes, de man post-sport-bleekjes - aan onze vega gehaktballetjes, gele rijst en Griekse salade zitten, bedenk ik me ineens iets raars. 'Zeg, da's toch wel heel toevallig he, dat we de afgelopen nachten gewekt zijn door die rookmelder op zolder? Da's toch opmerkelijk? Alsof die ons wilde waarschuwen, of zo. Zo van: let op, er kan brand komen, hoor, in jullie huis, wees alert. En ineens is er brand, vandaag, da's toch kras!' De man kijkt bedachtzaam, onderwijl kauwend op zo'n paarse olijf. 'Daar zit wat in, Ilse, wel heel toevallig, inderdaad.' En we eten zwijgend verder van ons maaltje. 


donderdag 6 april 2023

ZIJN LAATSTE VLUCHT





Eindelijk, de lente is aangebroken! In mijn achtertuin is het verrukkelijk, niet te warm nog, niet te koud want de Noordenwind die vandaag waait, blaast op de voorkant van mijn huis en komt hier niet. De achtertuin ligt op het Zuid-Westen. 

Ik ben lekker aan het rommelen, verpot wat planten, zaai de pitten van de vijgen-pompoen die ik vorig najaar van mijn zwager kreeg - donkergroene pompoenen moeten het worden, pompoenen met heel zoet draderig vruchtvlees waar je heerlijke vullingen voor taartjes en desserts van kunt maken, zo doen ze dat in Spanje althans - en ik veeg het terras. En terwijl ik zo sta te vegen, niet echt mijn ding want ik krijg er meteen pijn van in mijn onderrug, van die lichtzwiepende bewegingen, hoor ik een eend snateren. Heel hard. 'Kwaaaakwaaaakwaaakwaaaaakwaaaak!'

Vanuit mijn ooghoek zie ik 'm vliegen - het beestje stijgt op -  maar ik besteed er niet echt aandacht aan. Er vliegen wel meer eenden hier tenslotte en ze snateren ook vaak, dus, soit. En net als ik mijn bezem weer aan de grond zet voor een volgende veeg, hoor ik: 'KNAL!!!!'

Echt, zo'n hele harde knal, dat je denkt: 'what the fuck was dat voor een enorme knal?!' Ik kijk op en zie nog net de eend - die ik zojuist zo vrolijk snaterend op had zien stijgen - met een verdwaasde uitdrukking op zijn eendensnoet naar beneden dwarrelen. Als een helikopter waarvan de wieken geraakt zijn, je weet wel, zoals in films waar iemand een helikopter beschiet en .... raak!! en dan zwiebezwabbert zo'n ding niet meer te redden, reddeloos verloren dus, naar beneden en jij als kijker denkt: 'OMG, je zal er maar in zitten, daar ga je dan, draaiend als in een kolk naar de aardbodem en je weet wat er dan komen gaat...'

Dat zie ik dus allemaal aan die arme eend die tegen het raam van de dakkapel van de buren een paar huizen verderop was geknald. Daar dwarrelt hij reddeloos verloren naar beneden, naar de achtertuin van de buren. 

En toen bleef het stil. Heel stil. 

Geschrokken sta ik daar, gespitst op geluiden uit de tuin een paar huizen verderop. Zou de buur het ook gehoord hebben? Zou hij naar buiten komen om in de tuin te kijken? Ik wacht. En ik wacht. Niks, er gebeurt niks een paar huizen verderop. De buurman is of niet thuis; of hij heeft het niet opgemerkt; of hij heeft het wel opgemerkt maar vindt het moeite niet waard of ... de eend is buiten mijn gezichtsveld weder opgestegen en vliegt alweer lang en breed verder. 'Maar', denk ik, 'als hij weer opgestegen zou zijn, dan zou ik dat toch zeker gezien moeten hebben? En gehoord, want je hoort 't, dat klapwieken.' 

Dan gaat mijn telefoon, het ding ligt op de eettafel in de keuken. Ik ga naar binnen, de man belt. We babbelen wat, ik vertel over de eend ook en daarna zet ik thee. Als ik met mijn kop thee even later in de achtertuin ga zitten, is het nog steeds stil een paar huizen verderop. Heel erg stil. Ik zit en nip van mijn thee en ik luister naar de stilte die zo heel erg stil blijft. 















zondag 26 februari 2023

het zingende glas




De man is op pad, muziek maken elders. Ik heb 't rijk alleen vanavond en besluit lekker in bad te gaan. Terwijl boven in de badkamer het bad vol loopt, haal ik beneden wat nootjes en schenk ik mezelf een glaasje rood in. Voor strakjes, als ik in het dampende schuim lig. 

Voorzichtig neem ik 't bakje met nootjes en het gevulde glas mee naar boven, geef 't een plekje op en rond het bad, doe het licht uit, steek kaarsjes aan, doe de kleertjes uit, voel met mijn grote teen of water okay is - ja, het is okay - en ik laat mezelf zakken in het warme, geurende water. 

De nootjes smaken mij best, zo best, dat ze eigenlijk best wel snel op zijn. En van die nootjes krijg ik dorst dus ook mijn glaasje wijn is na een kleine tien minuutjes wel leeg. 

Ontspannen lig ik daar, mijn gezicht heb ik inmiddels ingesmeerd met een maskertje, iets om het vochtgehalte van de huid weer op peil te brengen, als dat nog lukt, zo, als zestigplus dame met her en der een rimpel en een beduidend drogere huid dan tien jaar geleden. Mijn phone ligt ongebruikt naast me, ik heb even geen zin in muziekjes of woordspelletjes. Ik lig daar in alle stilte, oogjes toe, laat het maskertje zijn werk doen. De geest komt tot rust, evenals mijn vermoeide voetjes, ik voel hoe ze helemaal een beetje prikken van al dat lopen vandaag. Goed voor 'n mens. 

Ik doe de oogjes weer open en staar naar de grote, conische lichtblauwe vaas aan mijn voeteneind waarachter een varentje prijkt. Mooi gezicht dat mediterrane blauw en dat vibrante groen. Dan gaan de oogjes weer dicht en ineens hoor ik het. Het geluid van zingend glas! Heel even maar, zo'n hoog geluid, als van een zingende zaag! Direct gaan mijn ogen open, ik ga wat rechter op zitten en kijk verbaasd om me heen. Draai me half om naar het hoofdeinde, waar mijn lege wijnglas staat. Zou het geluid van mijn wijnglas komen? Maar hoe kan dat nou? Want om glas te laten zingen moet je toch met je vinger over de rand strijken? 

Ik ben een soort van een beetje bang maar besluit daar niks mee te doen. Laat me weer dieper in het water zakken. En als ik daar een minuutje of wat lig, hoor ik het weer. Heel eventjes maar, klinkt daar het geluid van zingend glas. Weer kijk ik om, naar het lege glas dat daar onschuldig staat te staan, op zijn ranke steel waaronder een glazen voetje. 

'Nou, zeg', denk ik, 'is dit nu toeval of hoe zit 't?' Weer ben ik me bewust van een soort van angst en weer doe ik er niks mee. Gewoon doorgaan met lekker relaxen en de gedachten aan het zingende glas verdwijnen weer. Maar als ik na zo'n twintig minuutjes besluit dat het wel weer tijd wordt om eruit te gaan, merk ik dat ik al die tijd het maskertje op mijn gezicht had laten zitten. Bij elkaar zo'n veertig minuten heeft het in kunnen trekken. Ik vorm een kommetje met mijn handen voor een plens water in mijn gezicht en vlak voordat ik dat toe, hoor ik het weer. Tot twee keer aan toe! Het glas zingt nog twee keer. 'Zzzzzingggg.... zzzzzingggg... '

Ik aanvaard het maar, dit fenomeen, alhoewel, het brein zou het brein niet zijn als er toch een verklaring wordt gezocht. 'Zou het iets natuurkundigs zijn? Of is er hier iets van een entiteit die zich manifesteert door mijn glas te laten zingen?

Als ik uit bad stap, vul ik het glas met koud water en drink met grote slokken. Niet alleen omdat ik dorst heb, maar ook om me het glas weer een soort van toe te eigenen. Ik droog me af. Kleed me lekker warm en comfortabel aan. Ga naar zolder, daar doe ik alle lichten uit, steek een wierookje aan en 1 waxinelichtje. En daar, in het donker, mediteer ik nog een half uurtje. Knap van mezelf, vind ik, want ergens heeft zich toch een zaadje van onrust genesteld in mijn brein. 

Glazen die uit het niks beginnen te zingen... 

AUTO VOORTAAN TE GAST

Toet. Pep. BrmBrmBrm HongeHongeHonge Toet.Pep BrmBrmBrm HongeHongeHonge ... Om zeven uur vanochtend werd ik mijn bed uit-ge-toet en - ge-pep...